Methodiek gezinsvoogdij
Geschiedenis:
In het kader van het programma Beter Beschermd van het Ministerie van Justitie wordt de Deltamethode gezinsvoogdij (van BJZ) bij Nidos geïmplementeerd. Deze methodiek is in eerste instantie geschreven voor de gezinsvoogdij van Bureau Jeugdzorg. In 2006 is Pro Education begonnen met de ontwikkeling van een specifiek op Nidos toegesneden methodiek, die gebaseerd is op de Deltamethode. Er wordt gebruik gemaakt van dezelfde formats, met telkens een aanpassing voor Nidos gebruik. In 2008 is de methodiek omgezet in een scholingsprogramma wat leidt tot een implementatie in de zomer van 2008.
Het gebruik van de methodiek door jeugdbeschermers houdt een verbeterde, planmatige werkwijze in en is gekoppeld aan verlaging van de caseload. De methodiek is gericht op een grotere tevredenheid bij zowel de cliënt als de medewerker en probeert de gemiddelde duur van de OTS-en te verkorten.
Uitgangspunten van de deltamethode:
De deltamethodiek is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
- De ontwikkeling van het kind centraal
- Het kind in zijn context
- Versterken positieve factoren
- Uitgaan van de feiten: onderzoeken
- Planmatig werken
- De OTS als tijdelijke maatregel
- Werken met het plan op tafel
Bij Nidos werd altijd al gestreefd naar dialooggericht werken, de cliëntcontacten vormen de basis van de werkwijze. Deze nieuwe methodiek ondersteunt dit. Met de cliënten wordt met het plan op tafel gewerkt aan de 4-stappen (zie verder). De stappen worden verwerkt in het ‘Plan van Aanpak’. Dit wordt geschreven binnen 6 weken na aanvang van de OTS.
Na het schrijven van het Plan van Aanpak wordt er gedurende het jaar steeds gewerkt aan de doelen en vindt er voortdurende evaluatie plaats van hoe de vorderingen zijn. Tijdens ieder contact wordt er bewust aan een werkdoel gewerkt. Aan het eind van het jaar vindt de verplichte evaluatie plaats om te kijken of de OTS wel of niet moet worden verlengd.
Het 4-stappen model:
Bij stap 1 worden de sterke punten en zorgpunten van het kind en de omgeving beschreven. De eerste inventarisatie kan plaatsvinden op basis van het raadsrapport en de voorgeschiedenis van de OTS. In dialoog met de betrokkenen wordt dit aangevuld, zodat een volledig beeld ontstaat. Gedurende het schrijven van het plan worden actieverende instrumenten gebruikt, zoals het ecogram (een hulpmiddel om het sociale netwerk van een cliënt in kaart te brengen) en de levenslijn (een hulpmiddel om de levensgeschiedenis van een cliënt in chronologische volgorde te zetten of te gebruiken om de cliënt na te laten denken over de toekomst).
Nadat de sterke punten en zorgpunten volledig in kaart zijn gebracht, worden in stap 2 de ontwikkelingsbedreigingen geformuleerd. Hier gaat het om een analyse van de zorgpunten die een mogelijke verstoring van de ontwikkeling inhouden. Het moet om verstoringen gaan die in relatie staan met de gronden voor de maatregel en de zorgpunten die in stap 1 worden genoemd. Het betreft de officiële gronden, zoals die in de uitspraak staan, maar het kunnen ook ernstige bedreigingen zijn waar de gezinsvoogd pas na de inwerkingtreding van de maatregel is achtergekomen. De mening van de ouders en de jeugdigen op de bedreiging is zeker gezien de culturele verschillen van onze doelgroep van essentieel belang en hier wordt dan ook specifiek naar gevraagd door de gezinsvoogd.
In stap 3 worden de ontwikkelingsbedreigingen omgezet in de gewenste ontwikkelingsuitkomsten. Het gaat hierbij om de situatie die gewenst is voor een goede ontwikkeling van het kind. Hierbij kan niet alleen worden uitgegaan van de Nederlandse waarden oriëntatie. Het gaat om de vraag wat wenselijk is voor de ontwikkeling van het kind binnen zijn specifieke contact. Er moet dus rekening worden gehouden met de sociale, culturele en religieuze achtergrond. Wel gaat men er hierbij vanuit dat Nidos een norm stelt waar het gaat om bedreigingen van de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind.
In stap 4 wordt gekeken welke doelen nodig zijn om in de richting van de gewenste ontwikkelingsuitkomsten te komen. Het accent ligt hier op het formuleren van haalbare en realistische doelen. De doelen en middelen worden samengevat in een lijst actiepunten waarbij duidelijk wordt genoemd wat de termijnen zijn en wie waarvoor verantwoordelijk is, op welke wijze beoordeeld zal worden of het doel gehaald is en wie daarbij als informant betrokken zal worden.