Toelatings- en opvangbeleid


De toelating van ama's
Het Nederlandse toelatingsbeleid voor jongeren houdt in dat allereerst wordt beoordeeld of een jongere in aanmerking komt voor een asielstatus. Indien dit niet het geval is dan wordt gekeken of er “adequate” opvang is in het land van herkomst. Uitgangspunt is dat in het land van herkomst voor opvang van de jongere moet worden gezorgd. Voor steeds meer landen neemt de Nederlandse regering aan dat er sprake is van adequate opvang vanwege de aanwezigheid van opvangtehuizen. Kinderen uit landen waar geen adequate opvang is of waarvan niet duidelijk is of er adequate opvang is, krijgen een tijdelijke verblijfsvergunning op basis van hun minderjarigheid. Deze kan drie keer voor de duur van een jaar worden afgegeven, echter wordt de jongere voor het verloop van deze drie jaar 18, dan vervalt deze verblijfsvergunning en dient de jongere op eigen gelegenheid het land te verlaten.

De opvang van ama’s
Tot 2007 was er sprake van een specifiek opvangbeleid waarbij er een onderscheid werd gemaakt tussen de opvangvormen voor jongeren die naar verwachting langdurig in Nederland zullen wonen en jongeren die binnen drie jaar Nederland moeten verlaten. Met ingang van januari 2007 is er sprake van een nieuw opvangmodel. Dit betekent dat de eerste opvang van alle 13- tot 18-jarigen wordt uitgevoerd in daartoe aangewezen AC-KWG’s, kinderwoongroepen in de buurt van het AanmeldCentrum. Kinderen van 12 jaar en jonger worden direct in opvanggezinnen geplaatst.

Binnen een periode van drie maanden beslist de voogd, na overleg met de mentor, welke vervolg opvangvorm voor een jongere het meest geschikt is. De voogd bepaalt uiteindelijk waar de jongere zal verblijven.

In alle opvangvormen – ook de gezinnen – zullen de jongeren worden begeleid conform het perspectief dat voortvloeit uit hun asielprocedure (terugkeer dan wel integratie). Nidos draagt er zorg voor dat de opvanggezinnen voor deze taak worden toegerust, het COA draagt er zorg voor dat de medewerkers van de Campussen en de contractpartners hiervoor worden toegerust. De begeleiding in de Campussen, KWG’s en KWE’s (kleine wooneenheid) zal gebaseerd zijn op een methodische aanpak die beide opties – terugkeer en integratie- kent.

Het verblijfsperspectief van jongeren wordt door de jeugdbeschermers van Nidos al in het begin van de begeleiding met de jongeren en hun omgeving besproken.

Als op grond van beslissingen in de asielprocedure is vast komen te staan dat voor een jongere het toekomstperspectief “terugkeer” geldt, wordt dit toekomstperspectief expliciet als een doel opgenomen in het begeleidingsplan voor de jongere van de voogd.

Tevens wordt dit doel vertaald in concrete, op terugkeer gerichte acties. Te denken valt aan bezoeken aan de IOM, deelname aan praktijkonderwijs dat qua inhoud en beroepsperspectief verband houdt met kansen in het land van herkomst, het leggen van contacten met eventuele familie in het land van herkomst, verkenning met de jongere van de formele stappen die gezet moeten worden voor terugkeer en deelname aan door derden georganiseerde projecten gericht op terugkeer. Met het oog op de effectiviteit zullen de geformuleerde acties maatwerk moeten zijn.

 

Interessante links