Betrokkenheid clienten

Nidos voert haar taak uit met respect voor de eigen culturele achtergrond van de jongere, vanuit betrokkenheid en met specifieke deskundigheid in het belang van de individuele jongere gericht op zijn ontwikkeling naar zelfstandigheid. De voogd is verantwoordelijk voor zijn opvoeding en begeleiding en doet dit vanuit respect, en met oog voor zijn veiligheid en bescherming.

In dit kader zoekt Nidos naar adequate vormen van communicatie met de ama’s zowel individueel als groep om de dienstverlening optimaal vorm te geven. De afhankelijke en vaak onzekere positie en zijn andere culturele achtergrond vragen om een specifieke op de doelgroep toegesneden aanpak.
De afgelopen jaren zijn daarop verschillende initiatieven genomen in het kader van cliëntbetrokkenheid. Het gaat om:
- Worldcafé
- Doe je verhaal!
- Evaluatie voogdij: ontwikkeling formulier en instellen van een monitor
- Betrokkenheid jongere bij het plan van aanpak

De experimenten op deze punten hebben in 2008 tot definitieve keuzes geleid. Het project ‘Doe je Verhaal’ dat Nidos in samenwerking met de Hogeschool Utrecht heeft uitgevoerd heeft geleid tot het rapport ‘Mijn Nidos, Een onderzoek naar de betekenis van de voogd voor een alleenstaande minderjarige asielzoeker’. In 2009 zal de Hogeschool dit onderzoek in opdracht van Nidos voortzetten.

Het evaluatie formulier voogdij is geïmplementeerd in de werkwijze van de jeugdbeschermers. Dit formulier levert informatie op over de uitvoering van de voogdij. Tenslotte heeft het eerste Worldcafe voor jongeren in de COA-campus Baexum geleid tot boeiende discussies van jongeren over het onderwijs in de campus en hun betrokkenheid daarbij. Het World Café is een wereldwijd gebruikte methode die mensen aanmoedigt met elkaar in gesprek te gaan.
De resultaten van deze drie experimenten rond cliënttevredenheid zijn in juni 2008 gepresenteerd in een Miniconferentie ‘Doe je Verhaal”, georganiseerd door de Hogeschool Utrecht. Conclusie is dat Nidos deze lijn doorzet en in de komende jaren kiest voor voortzetting van de instrumenten.
Uit de onderzoeken blijkt dat jongeren een diffuus beeld hebben van wat de voogd kan en doet. Met name in de eerste fase van de begeleiding blijken jongeren veel meer behoefte te hebben aan frequenter cliëntcontact met de voogd.
De betrokkenheid van de jongere bij hun plan van aanpak zal door de vernieuwing van de methodiek (o.a. ontleend aan de Deltamethode gezinsvoogdij) een centrale plaats innemen in de voogdijbegeleiding.